Hoewel veel wandelaars nog steeds graag een papieren kaart en eventueel een kompas gebruiken, of liever “gewoon de paaltjes volgen”, is het gebruik van GPS en vooraf gemaakte routes inmiddels niet meer weg te denken. Wat ooit begon als een militair project in de jaren ’70, exclusief voor defensie en scheepvaart, is sinds 2000 breed toegankelijk voor het grote publiek. De kunstmatig verminderde nauwkeurigheid van het signaal voor civiel gebruik werd toen opgeheven, wat de weg vrijmaakte voor talloze nieuwe toepassingen. De opkomst van TomTom als autonavigatiesysteem betekende een ware revolutie en maakte GPS-technologie definitief mainstream.
Met de jaren werd de benodigde elektronica steeds kleiner, betaalbaarder en gebruiksvriendelijker. Hierdoor werd GPS ook aantrekkelijk voor recreatief gebruik. Tegenwoordig past de technologie gewoon in je broekzak, zit het in vrijwel iedere smartphone, en bestaan er zelfs kleine GPS-tags om huisdieren of sleutels terug te vinden.
Ook de wandel-GPS heeft in de loop der tijd een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Al vóór het jaar 2000 – toen het signaal voor burgers nog beperkt was – bracht Garmin in 1995 een draagbaar apparaat op de markt dat specifiek voor buitengebruik bedoeld was. Deze vroege apparaten hadden geen kleurenscherm of kaarten; de gebruiker moest navigeren op basis van coördinaten en een pijl die de richting naar het volgende waypoint aanwees.
Moderne wandel-GPS’en zijn een wereld van verschil. Gedetailleerde kaarten worden in kleur weergegeven, en in plaats van losse waypoints kun je nu complete tracks volgen. Voor traditionele kaartlezers voelt dit soms als “valsspelen”, maar voor velen geldt: gemak dient de mens. Dankzij een wandel-GPS hoef je niet bang te zijn om te verdwalen.
Toch blijft een waarschuwing op z’n plaats: GPS-apparaten zijn afhankelijk van signaal en stroomvoorziening. In afgelegen gebieden is het daarom verstandig om een papieren kaart als back-up mee te nemen. In Nederland is de kans op serieuze problemen klein: het signaal is stabiel, en de dichtstbijzijnde weg of bebouwing is nooit ver weg.
Voordat smartphones alomtegenwoordig waren, waren handheld GPS-apparaten de standaard voor wandelaars. Deze robuuste toestellen worden nog steeds geproduceerd, ondanks de opkomst van smartphones. Hun voordelen zijn legio: ze zijn gebouwd voor ruig buitengebruik, kunnen goed tegen regen, stoten en vallen, en werken vaak op verwisselbare AA- of AAA-batterijen. Dat is een groot voordeel ten opzichte van moderne smartphones met vaste accu’s die moeilijk onderweg op te laden zijn, tenzij je een zware powerbank meesleept – met bijbehorende nadelen zoals extra gewicht en kabels.
Smartphones zijn natuurlijk zeer geschikt voor navigatie, mits je de juiste apps gebruikt. Standaard apps als Google Maps, Waze of Here zijn bedoeld voor auto’s en missen details die voor wandelaars interessant zijn. Specifieke apps zoals Komoot, Outdooractive, AllTrails of Topo GPS bieden veel meer functionaliteit en wandelroutes, vaak gedeeld door andere gebruikers.
Topo GPS bijvoorbeeld biedt vrijwel alle functies van een handheld apparaat, maar dan met het gebruiksgemak van een smartphone. Vaak zijn deze apps gratis, maar moet je betalen voor de kaarten. Deze kaarten zijn meestal gebaseerd op OpenStreetMap, wat op zichzelf gratis is. Je betaalt dus niet voor de kaart, maar voor de toegang tot de kaarten binnen de app. Gelukkig betreft het meestal een eenmalige aankoop in plaats van een abonnement.
Belangrijk weetje: GPS werkt ook zonder mobiel netwerk. Je hebt dus géén bereik nodig om te kunnen navigeren. Het GPS-netwerk staat volledig los van het telefoonnetwerk. Je kunt zelfs je mobiele data uitschakelen en gewoon blijven navigeren zonder storing.
Smartwatches zijn sterk in opkomst, vooral onder sportievelingen. Oorspronkelijk gebruikt voor het meten van prestaties tijdens hardlopen en fietsen, zijn ze inmiddels uitgebreid met navigatiefuncties. Moderne modellen tonen kaarten en wandelroutes op het scherm, geven meldingen bij routeafwijkingen en maken het mogelijk om zonder smartphone in de hand te navigeren – een simpele blik op je pols is voldoende.
De meeste smartwatches werken echter wel in combinatie met een app op je telefoon, vooral voor het instellen van routes of het synchroniseren van gegevens. Eenmaal ingesteld functioneren ze grotendeels zelfstandig.
Dankzij jarenlange technologische ontwikkeling is GPS-navigatie toegankelijker en gebruiksvriendelijker dan ooit. Of je nu kiest voor een robuuste handheld GPS, een smartphone met gespecialiseerde app, of een geavanceerde smartwatch: er is voor elke wandelaar een geschikte optie. Waar vroeger kaartlezen een vereiste was, volstaat tegenwoordig een simpele blik op een scherm. Toch blijft het waardevol om de basisprincipes van navigatie te kennen – want hoe slim je apparaat ook is, écht verdwalen kun je pas als je zelf niet meer weet waar je bent.
Wil je meer leren over GPS in de Geo-ICT? Dan is wellicht de basis cursus GPS of GPS in de bouw wat voor jou!